Mensen bewaren kennis op veel manieren: in verhalen, rituelen, observatie, vakmanschap, muziek, taal, familiepraktijken en geschreven bronnen. Een schoolboek is één vorm van overdracht, niet de definitie van kennis zelf.
Vóór de Schade vraagt daarom ook naar de drager van kennis. Wie mocht iets vastleggen? Wat werd mondeling bewaard? Welke kennis verdween uit zicht doordat we slechts één vorm als geldig leerden herkennen?
De bedoeling is niet om ieder bestaand woord, patroon of verhaal af te wijzen. Het is om ruimte te maken tussen wat je hebt meegekregen en wat je bewust wilt meenemen.